Biechten of Pleasen?

Plok. De hamer viel met een snerpende klap op het houten blokje. Schuldig. En veroordeeld tot onbepaalde tijd boete doen. De straf werd onverhuld naar het beklaagdenbankje gesmeten en kwam keihard binnen. En tegelijk met de klap kwam het besef dat ik het kon dragen. Al zou het levenslang zijn, ik kon het. En hoe hard ik ook schreeuwde dat ik het niet zo bedoeld had en of het niet ietsje minder kon, eigenlijk wist ik daar en toen al, dit is wat ik verdien: levenslang.

De rechter sprak niet over een gevangenis, of over een alternatieve werkstraf, onkruid wieden op de rotondes in Nederland. Er was in deze tijd van zondaars geen vierkante centimeter onkruid meer te vinden op die postzegel die Nederland heet en de gevangenissen waren vol en duur dus verzon de rechter wat anders. Ik moest het goed gaan maken. Levenslang goed maken. Huh? Hoe dan Edelachtbare? Geef me een idee, wat kan ik doen om heel te maken wat ik eerder kapot maakte? Maar de rechter had geen tijd om op futiele details in te gaan, er stond in het huis van vrouwe Justitia een lange rij met volgende zondaars die hun straf verdienden.

Levenslang goed maken als alternatieve straf. Op de fiets terug naar huis maakte ik me een voorstelling van wat mijn activiteiten vanaf nu moesten gaan inhouden. Wat ik kapot maakte was kapot, daar was toch geen lijm voor te koop? Dus ik begon maar gewoon in het wilde weg goed te maken, maar dan ook alles. En voor iedereen. Het paradijs moest het vanaf nu zijn en niets anders. Een hemel op aarde waarin goed en kwaad duidelijk gescheiden zijn en waar ik dus alleen nog goed deed en niet slecht. Slecht, dat doen andere mensen of dat is een vorig leven. Een leven waarin het Kwaad ineens tot je kwam, want zo gaat dat met slecht, dat is altijd een bevlieging of een waas. Heb je wel eens een waas gezien? Of een bevlieging? Nou goed, ik ook niet maar dat maakt niet uit zei mijn advocaat. Zeg in ieder geval nooit dat je het met het volle verstand deed, zeg dat nooit! Want dan ben je gedoemd. En hoe dat voelt gedoemd, dat weten we nog niet maar het is in elk geval niet fijn. Geen pretje dus. Vermijden dat gedoemde land. Het alternatief als je dan toch, per ongeluk, slecht doet? Schuldgevoel. Ook geen pretje, maar met schuldgevoel kun je iets, dus dat is al wat beter. Schuldgevoel kun je namelijk afkopen. Het is wat minder geregeld tegenwoordig rondom schuldgevoel, dat wel. Vroeger ging je naar dat mooie gebouw midden in het dorp en stond je even in de rij met je collega slechteriken en ging je ter biecht. Je kunt tegenwoordig wachten tot je een ons weegt in dat koude gebouw, de priesters en consorten zijn andere dingen aan het doen waar zij, god weet waar en hoe, te biecht voor moeten gaan. Maar daar zullen ze op hun manier vast wel een slimme omweg voor hebben gevonden. Een andere optie is ontkennen. Ontkennen, ontkennen, ontkennen. ‘It wasn’t me. I have the right to remain silent’. Je ontkent niet alleen naar de buitenwereld maar vooraleerst naar jezelf. Op die manier komt het sowieso beter over als je staat te liegen; dat je het zelf eerst even gelooft. Maar goed, daarvoor moet je soms echt een fantast of verdomd creatief mens zijn en dat is niet iedereen gegeven. Vandaar dat ik dit alternatief kreeg toen ik in het beklaagdenbankje stond. Een levenslange veroordeling tot ‘goed maken’. Ik werd een weldoener, een professioneel goedmaker. Pleasen werd mijn tweede naam. En zo leefde ik. Jaren gingen voorbij en het was zwaar maar ik onderging het lijdzaam. Mijn eigen honger en dorst verdwenen, ik vond het niet erg, ik wist niet meer beter. Al jaren geleden vergat ik hoe het was om te verlangen en te willen. Mijn lot stond vast, en dat was het onschuldige lot van het goed maken.

Ik werd als een kanarie in een kooitje. Geen enkele mogelijkheid tot ontsnappen wist ik, zelfs als stond het deurtje wagenwijd open. Ik zag het niet en als ik het dan in mijn ooghoek per ongeluk toch zag, dan draaide ik langzaam mijn hoofd de andere kant op zodat niemand het zou zien. Ik vond het wel best zo, hier wist ik waar ik aan toe was. Want stel je dat ‘daar’ en ‘dan’ eens voor? Enkel het grote niks in de buitenwereld of de toekomst. Men vertelde mij dat het een land van ongekende mogelijkheden was maar ik vergat niet dat ook angstige verleidingen daar in de verte op de loer lagen. Nee, je kon mij geen groter plezier doen dan jou te plezieren, en gelukkig mocht ik dat voor altijd blijven doen.

Totdat er op een dag een wetswijziging kwam. Mogelijkheid tot hoger beroep werd mogelijk in zaken zoals de mijne. Stemmen gingen op bij het volk dat het te onevenredig zwaar was voor een mens om levenslang boete te doen. Het was dan weliswaar prettig voor de samenleving dat zovelen aan het goedmaken waren, het werd zo langzamerhand ook wel vervelend om steeds maar ‘ja’ te horen en ‘wat wil jij?’. Het werd saai, voorspelbaar en daar werden de mensen onrustig van. Het borrelde van de gedempte energie en als een snelkookpan leek men gezellig te lachen maar de stoom kwam uit hun oren. Het werd hoog tijd voor een nieuw alternatief. Een raad van wijzen werd ingesteld om wat te bedenken. Toen ze na achtenveertig uur nog niets hadden gaven ze het op. “Nu we hebben geconstateerd dat het goed maken niet goed blijkt te zijn zitten we in een lastig parket”, zeiden ze. Het is niet te doen, om altijd het goede te doen. En dus? Wat nu, vroegen de wetmakers? Er zit niets anders op dan te stoppen met het goed maken wat niet goed te maken is, zeiden de wijzen, dat is het enige wat we konden bedenken. Ja maar, beseffen jullie wel wat dit betekent? Dit betekent dat we ons dan dus maar gewoon slecht moeten voelen? Dat je je schuldig voelt ten opzichte van de ander en aan het oog van God? Dat iedereen zijn eigen boontjes moet gaan doppen, daar verantwoordelijkheid voor moet gaan nemen?

Ja, zeiden de wijzen, dat is het. Vanaf nu hoeft men het niet meer goed te maken maar moet iedereen voor straf zijn eigen schuld dragen. Niet die van een ander, alleen die van zichzelf. En al lijkt het geen straf. Geloof me het is zwaar genoeg.

No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.